Deze week zullen we kijken naar het leven van Job, zoals verteld in het boek Job. Job was een rijke en rechtvaardige man die werd beproefd toen hij alles verloor. Enkele van de belangrijke punten die we zullen bestuderen zijn:

  • We moeten God prijzen, of we nu blij zijn of verdrietig
  • We moeten voorzichtig zijn met naar wie we luisteren voor advies. Jobs vrouw en vrienden gaven hem slecht advies.
  • God is altijd met ons, ook als we een erg slechte dag hebben.
  • We zouden van God moeten houden, niet om wat Hij ons geeft, maar om wie Hij is.
  • Jezus wilde alles wat Hij had opgeven, om ons te redden. (Filippenzen 2: 6-11)

Lesgids:

Spreek met je kind over Job en leg uit dat hij een rechtvaardig man was. Leg uit dat hij een leven leidde waar God blij mee was. Praat over dingen die we kunnen doen, die God blij maken.

Deel hoe God hem had gezegend met veel bezittingen. Je kunt spreken over de zegeningen die Job had ontvangen (kamelen, ossen, ezels, enz.). Vraag het kind om te spreken over enkele zegeningen die ze hebben ontvangen. Je kunt er een lijst van maken of ze tekenen. Herinner het kind eraan dat elke goede gave van boven komt. Herinner het kind eraan dat we altijd God moeten prijzen en danken voor de zegeningen die we hebben ontvangen.

Als je wilt kun je een dankbaarheidsboom maken. Kies een boomtak met veel zijtakken (zodat het op een boom lijkt). Plaats het in een pot en veranker het met stenen. Schrijf elke dag iets nieuws op een stuk papier en hang het in de ‘boom’. Je kunt ook bezoekers in je huis vragen je te helpen de boom te vullen met zegeningen. Je kunt er ook voor kiezen om een dankbaarheidsdagboek te maken. Je kunt erin schrijven, tekenen of er bijvoorbeeld plaatjes uit een tijdschrift in plakken die zegeningen weergeven die God je heeft gegeven.

Denk na over enkele zegeningen die het kind zou willen ontvangen. (Dit is vooral betekenisvol wanneer het bijna Kerstfeest is). Spreek erover hoe we soms denken dat we alleen blij kunnen zijn als we een bepaalde zegening ontvangen – zoals nieuw speelgoed. Denk over speelgoed of een andere bezitting die het kind graag wilde hebben, en spreek er dan over hoe lang het duurde dat het kind blij was, totdat het iets anders wilde. Spreek over die keer dat het kind smeekte om iets te ontvangen met de belofte dat ze voor altijd van je zouden houden als ze het hadden. Denk erover na hoe lang die houding duurde. Je kunt ook het voorbeeld van een snoepje of taart gebruiken. We genieten ervan wanneer we het eten, maar we worden altijd in de verleiding gebracht meer te willen. Leg uit dat we van God zouden moeten houden, ongeacht de bezittingen die Hij ons geeft, want bezittingen gaan kapot of raken kwijt, maar Hij nooit. Verwonder je over de ongelofelijke gave van het eeuwige leven dat Hij aanbiedt aan iedereen die in Hem gelooft.

Spreek over advies. Leg uit dat advies is dat wanneer iemand je vertelt wat zij denken dat je zou moeten doen. Praat er over hoe er goed en slecht advies is. Als je kind oud genoeg is, kun je een spel met het kind spelen om dit te illustreren: Plaats verschillende voedingsmiddelen op de tafel. Het zou een brede variatie moeten zijn van bijvoorbeeld: een klein hoopje zout, een plakje citroen, je kinds favoriete snoepje, honing, enzovoort. Het zou het beste zijn als er op zijn minst een aantal dingen bij zijn die het kind niet kent. Je kunt zelfs speciaal naar de winkel gaan om enkele voedingsmiddelen uit te zoeken waar je niet vertrouwd mee bent. (Zorg er natuurlijk voor dat het niet iets is waarin je kind zich kan verslikken of waar hij of zij ziek van kan worden). Laat je kind de verschillende dingen proberen en je dan adviseren of iets goed smaakt of niet. Je kunt ook zelf dingen proberen en het kind advies geven. Spreek erover hoe je verschillende meningen kunt hebben of hoe mensen zelfs kunnen liegen over of iets goed is. Denk na over mensen van wie we advies zouden moeten aannemen en mensen van wie niet. Leg uit dat elk advies vergeleken zou moeten worden met wat de Bijbel zegt.

Spreek er over hoe God altijd met ons is. Bespreek tijden dat jij of je kind je eenzaam gevoeld kunt hebben. Leg uit dat, zelfs als we soms boos of eenzaam zijn, God er is. Kies twee magneten (ze moeten elkaar aantrekken). Pak een stuk papier. Plaats de magneten tegen elkaar met het papier ertussen geklemd. Beweeg de magneet aan de kant die het kind niet kan zien. Het zal er uit zien als een goocheltruc vanuit het perspectief van het kind. Laat nu de achterkant van het papier zien waar de tweede magneet is. Leg uit dat zelfs als we God niet kunnen zien, Hij er altijd is.

Omdat we hebben gesproken over bezittingen, spreek over de dingen die Jezus opgaf. Lees Filippenzen 2:6-11. Spreek er over hoe Jezus alles opgaf om naar de aarde te komen en te sterven voor de zonden van de mensen.

Bid en dank God voor Jezus’ komst naar de aarde. Prijs God voor elk van de zegeningen die Hij je heeft gegeven.

Bekijk de les!

Gratis downloaden

Pin It on Pinterest

Share This